Het gesprek met Nicodemus

(Johannes 3:1-21)

 

Het gesprek tussen Jezus en Nicodemus is herkenbaar. Er was een man, Nicodemus genaamd en hij was een leider van de Joden. Uit het feit dat hij ‘s-nachts naar Jezus toe kwam, blijkt dat hij niet openlijk gezien wilde worden met Hem, waarschijnlijk uit angst zijn status als Joods leider te verliezen. Maar dat Hij naar Jezus toe kwam, zegt toch wel dat hij op zijn minst geraakt was door de woorden van Jezus en dat hij vanuit zijn kennis van de Schriften wel veel overeenkomsten zag met wat in de Schriften aangekondigd was over de komende Messias en wat Jezus allemaal gezegd en gedaan had. Dan komt hij met zijn vraag aan Jezus : ‘Rabbi  wij weten dat U van God gekomen bent als leraar, want niemand kan deze tekenen doen die U doet, als God niet met hem is’.

 

Een opmerkelijke vraag van een Joods leider. Want de Joodse (religieuze) leiders hadden Jezus als Christus allang verworpen. Maar Nicodemus noemt Jezus hier Rabbi en dat betekent Meester. Hij erkent hiermee dat Jezus  hoger in rang staat dan hijzelf. En dan zegt hij: ‘wij weten………..’.

 

Nicodemus spreekt hier dus niet namens zichzelf, maar ook namens de andere Joodse leiders. Dus de Joodse (religieuze) leiders weten dat Jezus van God gekomen is als Leraar. Dan zou ik toch denken dat wanneer zij dit erkenden, dat zij toch op zijn minst respect en eerbied voor Jezus zouden hebben. Nog buiten de vraag of Hij de aangekondigde Messias is of niet. Zij erkennen dat Hij van God Almachtig gekomen is.

 

Ik schrijf dit omdat het besluit om Jezus te doden, Zijn arrestatie, de martelingen die Hem toegebracht werden tot de kruisdood aan toe, in totale tegenspraak is met het respect dat Nicodemus namens de Joodse leiders hier aan Jezus toont!

 

-------------- ... -------------

Het bovenstaande is allemaal nog te volgen, omdat ik dit ook werkelijk voor ogen kan krijgen. Ik zou dit kunnen filmen, het is wezenlijk, het is reëel. Maar dan komt het antwoord van Jezus: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan Hij het Koninkrijk van God niet binnengaan’.

 

Wacht even! Nicodemus zegt dat hij Jezus als Leraar accepteert. Jezus Zijn reactie daarop gaat over een wedergeboorte. Wat heeft dit met elkaar te maken? Het is hetzelfde als ik zou vragen welke kleur het gras heeft en dat ik als antwoord zou krijgen dat een auto op benzine rijdt. Misschien een kromme vergelijking, maar zo komt het antwoord van Jezus bij mij over. Jezus geeft een antwoord waarin niets te herkennen is van wat Nicodemus vraagt of zegt.

 

-------------- ... -------------

Ik denk dat hier een begin wordt gemaakt met de scheiding tussen het natuurlijke denken en het geestelijk denken.

 

In de opmerking van Nicodemus en wat Jezus hier zegt, zie ik dat het natuurlijke en het geestelijke denken totaal niets met elkaar te maken hebben. En elkaar ook niet begrijpt. Net zoals duisternis niets met het licht te maken heeft en dus ook niet samen kan gaan met het licht. En net zoals dood niet met leven samen kan gaan. In al deze gevallen is er sprake van een keuze; of het ene of het andere. Ze kunnen niet samengaan. Dat het niet samengaat blijkt wel uit het feit dat Jezus hier spreekt over een geboorte. Een geboorte staat voor nieuw leven, een nieuwe fase. Jezus spreekt hier over ‘opnieuw’ geboren worden (wedergeboorte) en de eerste reactie van Nicodemus is er één van onbegrip. Hoe kan dat nu?  Als ik geboren ben en volwassen ben geworden hoe kan ik dan opnieuw de baarmoeder van mijn moeder binnengaan om opnieuw geboren te worden? Een uitspraak van natuurlijk denken dus.

 

Nicodemus is (nog) niet ontvankelijk voor de geestelijke, de hemelse woorden die Jezus hier uitspreekt. Want Jezus heeft het hier helemaal niet over een menselijke geboorte. Dat weet Hij ook wel dat een volwassene niet opnieuw letterlijk geboren kan worden. Jezus spreekt over de geestelijke geboorte. Hij spreekt hier over, dat alles wat Nicodemus geleerd heeft in zijn leven over God, over de aangekondigde Messias, ‘oud’ is. Want de gelovigen (en de religieuze leiders) uit de tijd van Jezus dachten toch ook dat de aangekondigde Messias in pracht en praal geboren zou worden. En dat Hij de Romeinse overheersing zou breken en dat Hij koning over hen zou worden? Dat is oud denken, dat is menselijk denken, dat is werelds denken. Er moet een nieuw denken geboren worden, maar dit is bij Nicodemus nog niet het geval.

 

Jezus zegt het dan op een ander manier : ‘Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan Hij het Koninkrijk van God niet binnengaan, wat uit vlees geboren is, het is vlees en wat uit Geest geboren is, is Geest’.

 

Opnieuw geboren worden; ‘oud’ denken; ‘nieuw’ denken; het Koninkrijk van God Almachtig binnengaan. Als ik dus nog in het ‘oude’ denken zit kan ik het Koninkrijk van God niet binnenkomen. Dat opnieuw geboren worden moet dan bestaan uit water en Geest. Wat bedoelt Jezus daarmee?

 

Voor het antwoord op de vraag wat het water betekent ga ik even terug naar Johannes de Doper. Johannes doopte de mensen in water. Waarvoor?

Hij doopte de mensen ‘de doop der bekering’ (Matt. 3:11), maar tegelijk zei Johannes al dat Jezus zou komen met de doop van de Heilige Geest en met vuur. Dus Johannes riep de mensen op om door de doop een nieuw begin te maken MET God Almachtig. Dat zij zich zouden afkeren van hun oude zondige leven en dat zij zich opnieuw zouden toewijden aan God. Dat zij zich zouden heiligen (apart zetten) voor God en Hem alleen zouden aanbidden. Dát is bekering!

 

Zij lieten dat zien door ‘kopje onder te gaan’ in de Jordaan. Als symbool dat hun ‘oude’ ik in het water werd weggewassen en dat zij uit het water opkwamen in een ‘nieuwe’ ik. Overigens is de volwassendoop vandaag de dag niet veranderd, en heeft nog steeds diezelfde betekenis. Dus één gedeelte uit de opmerking van Jezus is nu duidelijk wanneer Hij spreekt over het opnieuw geboren worden uit water en Geest. Dan bedoelt Hij dus tot zover: het opnieuw geboren worden door zich te bekeren tot God Almachtig door de Geest.

 

Wat betekent dat laatste dan?: geboren worden uit de Geest.

 

Met de Geest wordt de Heilige Geest bedoeld, de Geest van God Almachtig. Een doop die het nieuwe leven schept. Want HET kenmerk van de Heilige Geest is de scheppende kracht. Een LEVEND makende kracht. Door die scheppende kracht werd de aarde geschapen en alles wat daarop en in is. Door die scheppende Kracht werd de mens geschapen. Door die scheppende kracht werd Jezus LEVEND na zijn dood aan het kruis van Golgotha. Dus de opmerking van Jezus dat iemand geboren moet worden uit water en Geest betekent voor mij nu dus: dat ik opnieuw geboren moet worden door mij te bekeren tot God en dat dit alleen kan gebeuren door de levendmakende Geest.  (Joh. 16:8).  Sterker nog, de levendmakende Geest kan alleen voor een nieuwe geboorte zorgen wanneer de mens zich bekeert tot God Almachtig.

 

Water en Geest; bekering en nieuw leven.

 

-------------- ... -------------

Nicodemus snapt er nog niets van wanneer hij vraagt : 'Hoe kunnen deze dingen gebeuren?'.

 

Jezus staat verbaasd over de vraag van Nicodemus, want hij was toch een autoriteit als het ging om kennis van de Schriften. Nicodemus was namelijk niet de eerste de beste. Nicodemus zou toch moeten weten wat Jezus met een geboorte uit de Geest bedoelde omdat Jes. 44:3, Jes. 59:21, Jer. 31:33, Ez. 11:19, Ez. 36:25-27) daar allemaal over spreekt. Maar zoals ik in het begin van dit verhaal al schreef: het natuurlijke denken moet totaal en radicaal wijken om plaats te kunnen maken voor dit geestelijke, dit hemelse denken.  Of zoals Jezus het hier zegt: 'Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: 'Wij spreken over wat wij weten en getuigen van wat Wij gezien hebben, en toch neemt u Ons getuigenis niet aan. Als Ik aardse dingen tegen u zei en u niet gelooft, hoe zult u geloven als Ik hemelse dingen tegen u zeg?'.

 

Dat Jezus Christus nu ineens in meervoud spreekt heeft te maken met de eerste opmerking van Nicodemus; 'wij weten dat u een van God gezonden leraar bent'. Jezus spreekt hier als zijnde een Ooggetuige. Maar dat spreekt toch vanzelf ook uit Spr. 8 en Jes. 49:1-6.

 

-------------- ... -------------

Ik moet je eerlijk zeggen dat ik mij soms wel een beetje als Nicodemus voel. Wij zijn mensen van vlees en bloed. Wij zijn geboren en leven in een gebroken wereld. En van daaruit zijn wij gewoon om natuurlijk te denken en te spreken. Jezus Christus is van Goddelijke afkomst, Hij is het hemels denken en spreken gewoon, want daar is Hij opgegroeid.

 

Als ik de opmerkingen en vragen van Nicodemus hoor en de antwoorden die Jezus geeft dan heb ik ook moeite om dit onder woorden te brengen. Om dit op papier te zetten. Het is als Jezus zegt: 'de wind waait waarheen hij wil, niemand weet waar hij vandaan komt en niemand weet waar hij naartoe hij gaat'. Ik weet en voel tot in het diepst van mijn genen dat ik uit water en uit de Geest opnieuw geboren ben, maar schrijf het maar eens op.

 

-------------- ... -------------

Het wordt voor mij weer eenvoudiger wanneer Jezus de vergelijking maakt met de koperen slang die Mozes op een staak moest steken in Num.21. Het volk Israël was weer ongehoorzaam geweest en had God teleurgesteld. God was het eigenlijk zat en wilde het volk Israël vernietigen. Mozes stelde zich als pleitbezorger op en bad voor het volk dat het niet vernietigd zou worden. God liet Zich verbidden en gaf Mozes de opdracht om een koperen slang te maken en die op een staak te plaatsen. Iedere Israëliet die naar die slang op die staak keek zou niet worden gebeten door de dodelijke slangen en zou niet sterven. Maar een ieder die niet wilde opkijken naar die koperen slang werd gebeten door de giftige slangen en stierf op een pijnlijke wijze.

 

Zo is het ook met het geloof in Jezus Christus. De Israëlieten moesten opzien naar de slang op de staak, daarmee erkennen dat zij verkeerd gehandeld hadden. het was dus een vorm van schuldbelijdenis. De zondige mens hier op aarde moet opzien naar de verhoogde Jezus Christus, God Zelf in Hem, en zich bekeren en erkennen dat de mens verkeerd gehandeld heeft. Ook dit is een vorm van schuldbelijdenis.

 

-------------- ... -------------

 

Wat kost de wedergeboorte je?

 

Niets, alleen je leven. Je kunt niet doorgaan met je 'oude' leven als je Jezus hebt aangenomen. Het is dus een wedergeboorte. Je wordt opnieuw geboren. Paulus zegt het zo in II Kor.5:17 'Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen' En dát is wat Jezus  hier bedoelt in Zijn gesprek met Nicodemus.

 

Om dit --- niet eenvoudige --- Bijbelgedeelte af te sluiten komt Jezus met de misschien wel meest bekende tekst uit de Bijbel, de meest geciteerde tekst uit de Bijbel :  Joh. 3:16 'Want zo lief God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft'Dát is de grondhouding van God, geen houding van straf en oordeel, maar een houding van LIEFDE en LEVEN. Maar de mens moet wel kiezen! Want als er mensen zijn die denken dat Jezus gekomen is om de ongelovigen te straffen (of misschien ook wel de gelovigen voor wat ook zij fout deden), laat dit gedeelte dan goed tot je doordringen: Joh. 3:17-20

 

-------------- ... -------------

Let op! Satan laat het niet toe dat de niet-geroepenen zich naar Jezus Christus zullen keren. Dáár moet onze moeite en energie ook niet aan verspild worden want dit is als parels voor de zwijnen werpen. Wedergeboren christenen moeten als een richtingaanwijzer rechtop staan, duidelijk herkenbaar als een licht dat bovenop een berg goed zichtbaar is; wij moeten getuigen van wie Jezus Christus is opdat ieder mens die door God geroepen is de gelegenheid heeft om zich te bekeren tot God. Wij moeten als ambassadeurs optreden om onze 'landgenoten' te helpen als zij in moeilijkheden zijn gekomen in het 'buitenland'. En als alle mensen die God op het oog had bekeerd zijn, dan komt Jezus Christus terug. Halleluja!

 

Wie ben jij?

Ben jij een uit water en Geest geborene?

Ben jij een geroepene?

En heb je daar dan ook op geantwoord naar God toe?

Of ben jij diegene die zich afvraagt of ik jou misschien bedoel?

 

Laat mij duidelijk zijn; Als jij je dit afvraagt, dan is het zo, dan ben jij één van de geroepenen. Want een kind van de duisternis, van satan, zal zich dit nooit en te nimmer afvragen.