Artikel 2:

Israël, de eerstelingen; de ambassadeurs

 

 

 

 

 

 

Ik weet ‘wie ik ben’ en waar ik vandaan kom.

Ik weet dat ik een geest en een lichaam van vlees en bloed heeft.

En ik weet dat mijn geest er al was vóórdat mijn lichaam van vlees en bloed in 1958 geboren is.

 

 

Maar hoe zit dat dan?

 

In mijn optiek heeft dit alles te maken met het volk Israël.......

Maar waarom? Daarvoor is het nodig om eerste een aantal andere vragen te beantwoorden. Vragen zoals:

 

Waarom heeft God Almachtig het volk Israël gemaakt?

Wat is het doel van dit volk Israël?

En wat heb ik anno 2020 hier in Nederland mee te maken?

 

----------...----------

 

Dit stuk ‘Israël: Eerstelingen en Ambassadeurs’ heb ik in al ‘Mijn mijmeringen’ bij de Bijbelboeken die geschreven heb, opgenomen. Omdat óók dit een zuil is onder of op mijn geloofsleven. Waarom ik ben gaan geloven in God Almachtig in Jezus Christus.

 

Alles wat er gebeurt, gebeurt omdat het Gods plan is, daar ben ik van overtuigd. De dingen gebeuren in Zijn volgorde en op Zijn tijd. En in die volgorde hoort ook de roeping van ‘sommige’ mensen om nu te geloven. Zij zijn als eerstelingen geroepen. Zij zijn als ambassadeurs op deze wereld.

 

Wie zijn de eerstelingen en ambassadeurs die de weg moeten wijzen naar het Koninkrijk van God Almachtig? En wie moeten zij dan de weg wijzen en bijstand verlenen?

 

Ik geloof dat deze eerstelingen of ambassadeurs het volk Israël is. Het hele volk Israël; dus de nakomelingen van de zonen van Jakob, die als eerste ‘Israël’ wordt genoemd in de Bijbel. (Gen. 32:28). Twaalf stammen, die in ± 922 voor Christus gesplitst zijn in een twee-stammenrijk én een tien-stammenrijk (hierover later meer).

 

Het volk Israël dat God Almachtig Zichzelf ten eigendom heeft gemaakt (Ps. 135:4) uit de ‘zonen Gods’ die al vóór de grondlegging van deze wereld bij God waren (Gen.6:2, Gen. 6:4 en Job 1:6)

 

Even op de vraag ingaand waarom God Almachtig het volk Israël ‘uitverkoren’ heeft als Zijn volk, geloof ik dat God net zo goed het Nederlandse volk of het Oostenrijkse volk had kunnen uitkiezen. Alleen had dat Nederlandse of Oostenrijkse volk dan Israël geheten, want het gaat namelijk om de naam Israël. En die naam betekent ‘Prins van God’ of ‘God regeert’. En dààr gaat het om in het Evangelie van Jezus Christus. God Almachtig in Jezus Christus staat centraal.

 

Dat het volk Israël voortkomt uit de ‘zonen Gods’ blijkt voor mij ook uit Job 38:7 ‘Toen de morgensterren samen vrolijk zongen, en al de kinderen van God juichten’. We spreken hierbij van hemelse wezens. De morgensterren (letterlijk sterren van de morgen) zongen samen vrolijk en juichten toen God Almachtig de aarde schiep.

 

Als ik het scheppingsverhaal in Genesis 1 en 2 lees, dan zijn de sterren later geschapen zijn dan de aarde (Gen. 1:16). Daarom moeten ik het woord ‘morgensterren’ ook niet letterlijk nemen om de volgende redenen:

 

  • Zij juichten en zongen samen; zij worden gepresenteerd als mensen;
  • Er is een duidelijke parallel tussen ‘de zonen van God’ en ‘hemelse wezens’;
  • In de Ugarit worden zij ‘sterren van El’ genoemd; geschapen wezens met een hoge status (Jes. 14:12)

 

En neem daarbij het volgende in overweging:

 

  • 4:22 Dan moet u tegen de Farao zeggen: zo zegt de Heere: ‘Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël’;
  • 32:6 ‘Doet u dit de Heere aan, dwaas en onwijs volk? Is Hij niet uw Vader, Die u verworven heeft, Die u gemaakt heeft en u in stand heeft doen houden?’;
  • 1:10 Toch zal het aantal Israëlieten zijn als het zand van de zee, dat niet gemeten en niet geteld kan worden. En het zal gebeuren dat in de plaats waar tegen hen gezegd is: u bent niet Mijn volk, tegen hen gezegd zal worden: kinderen van de levende God’;
  • 11:1 Toen Israël een kind was, had Ik hem lief, en uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen;
  • 29:1 Geef de Heere, machtige heersers, geef de Heere eer en macht. Letterlijk staat in deze tekst voor ‘machtige heersers’ het woord ‘zonen van God’. Want wie kan in de hemel met de Heere gemeten worden? Wie is de Heere gelijk onder de machtige vorsten? Letterlijk staat in deze tekst voor ‘machtige vorsten’ het woord ‘zonen van God’;
  • 3:25 Hij antwoordde en zei: Zie, ik zie vier mannen midden in het vuur vrij rondlopen! Zij hebben geen letsel en de aanblik van de vierde lijkt op die van een zoon van de goden;
  • 82:6 Ik heb wel gezegd: U bent goden, u bent zonen van de Allerhoogste

 

Dus er is een directe relatie tussen God Almachtig en Zijn volk Israël waarbij het volk Israël vaker aangeduid wordt als ‘Zijn zoon’ en ‘Zijn kinderen’.

 

----------...----------

 

Het volk Israël gesplitst in een twee- en een tien-stammenrijk:

 

Het volk Israël zoals ik dit vandaag ken, maar ook ten tijde dat Jezus Christus op aarde was, is niet het hele volk Israël zoals dit voortgekomen is uit de twaalf zonen van Jakob. In ±931 - 916 voor Christus was koning Rechabeam aan de macht. Hij was een zoon van koning Salomo. Deze koning Rechabeam wilde extra belastingen heffen over het volk Israël, maar het volk was het daar niet mee eens. Het splitste zich. (II Kron. 10:16-17)

 

Aan de ene kant bleven de stammen Juda en Benjamin Rechabeam trouw (het twee-stammenrijk, ook wel Juda genoemd, de Joden) en aan de andere kant scheidden de andere tien stammen zich af van hun broeders (het tien-stammenrijk, ook wel Israël genoemd).

Beide rijke bleven naast elkaar bestaan. Bevochten elkaar regelmatig en zondigden allebei veel tegen God Almachtig. En wel in die mate dat God beide rijken in ballingschap wegvoerde.

 

  • Het twee-stammenrijk werd door de koning van Assyrië (Tiglath-Pileser) weggevoerd naar Assyrië (II Kon. 15:29).
  • Het twee-stammenrijk werd hoofdzakelijk verbannen omdat zij de sabbat niet in acht hielden en deze maakten tot een gewone werkdag (wie oren heeft, die hore!).
  • Het twee-stammenrijk mocht echter van koning Kores van Perzië na zeventig jaar terugkeren om Jeruzalem weer op te bouwen, haar muren te herstellen en zelfs de tempel weer op te bouwen. (II Kron. 36:22-23, Ezra 1:1-2)

 

  • Het tien-stammenrijk werd door Nebuzaradan, de bevelhebber en lijfwacht van koning Nebukadnezar, de koning van Babel naar Babel verbannen (II Kon. 25:11).
  • Het tien-stammenrijk werd hoofdzakelijk verbannen omdat zij steeds maar andere goden achterna liepen en bogen voor afgoden van hout en steen en God Almachtig, de Schepper van hemel en aarde daarmee afwezen. (Hos. 8:4, Hos. 8:11-13a).

 

Het twee-stammenrijk is het volk Israël dat ik ken uit de tijd van Jezus Christus. Maar dit is ook het volk dat ik vandaag de dag ken als het volk Israël. Het huidige Israël wordt hoofdzakelijk bevolkt door het twee-stammenrijk.

 

----------...----------

 

En het tien-stammenrijk dan?

 

Dit rijk is nooit weer teruggekomen uit de ballingschap. Het heeft zich vermengd met de lokale bevolking en later met de wereldbevolking. Dit staat bekend als de Diaspora.

 

Het voorgaande gaat over het historische volk Israël, en de inwoners van het land Israël in de tijd dat Jezus Christus op aarde leefde, en vandaag de dag. Met de komst van Jezus Christus wordt met Israël echter een ‘nieuw’ geestelijk Israël bedoeld dat bestaat uit:

 

  1. Joden die zich bekeerd hebben en Jezus Christus hebben aangenomen als de Messias; deze Joden worden Messiaanse Joden genoemd;
  2. Bekeerde heidenen, de wedergeboren Christenen. Dat zijn onder meer de bekeerden uit het tien-stammenrijk die Jezus Christus hebben aangenomen als hun Redder en Verlosser. Ook zij behoren tot Gods volk, maar door de diaspora weet niemand wie dat zijn, en zij zelf weten ook niet meer dat zij nakomelingen zijn van het volk Israël.

 

Het ‘nieuwe’ geestelijke Israël is één lichaam van Jezus Christus, waarin geen onderscheid is tussen Jood, Griek, heiden, christen en noem maar op. Paulus schrijft hier tamelijk veel over, maar met name in Rom. 11:13-32.

 

----------...----------

 

De tekens waaraan het (hele) volk Israël aan te herkennen is:

 

God Almachtig heeft tekens gegeven waaraan Zijn volk door de eeuwen heen herkenbaar zou zijn. Dit waren de besnijdenis en de sabbatsviering. (Gen. 17:11 en Ex. 31:16-17). Het twee-stammenrijk van vandaag (de orthodoxe Joden), het volk Israël dat ik vandaag de dag ken, kenmerkt zich nog steeds door deze herkenningstekens. Over de hele wereld zijn Joden herkenbaar aan deze tekens. Overigens is het woord ‘Jood’ afkomstig van het woord ‘Juda’.

 

Het tien-stammenrijk heeft de sabbatsviering opgegeven en ook de besnijdenis. Want niemand weet waar dit volk is gebleven. Zij zijn niet meer te herkennen aan de tekens die God Almachtig gegeven heeft.

 

Maar is dit zo?

 

Is het niet zo dat de sabbatsviering en de besnijdenis Oud Testamentische herkenningstekens zijn? Die vooruitwijzen naar Jezus Christus? Die vooruitwijzen naar het ‘nieuwe geestelijke’ Israël?

 

Ik geloof dat God Almachtig Zijn volk Israël (het hele volk Israël) in het Nieuwe Testament twee nieuwe tekens van herkenning heeft gegeven. Namelijk:

 

  1. De aanbidding van die Ene God Almachtig in Jezus Christus
  2. én de grote voorliefde voor het hele volk Israël.

 

Want God Almachtig heeft in Hos. 1:11 beloofd dat er een tijd komt dat het twee- en het tien-stammenrijk weer samengevoegd gaan worden tot één volk. En dat het tijdstip dat dát gaat gebeuren ook de aankondiging van Jezus Christus wederkomst is!

 

Daarom geloof ik dat de wedergeboren Christenen uit alle tijden nakomelingen zijn van dit verloren gewaande tien-stammenrijk. Zij zijn dus Israëlieten zonder het zelf te weten. Is het niet biologisch dan toch zeker geestelijk (Rom.4:16, Joh. 1:12-13).  En volgens mij zijn zij ook de ‘heidenen’ waar Paulus het over heeft in de brief aan de Romeinen. Want er wordt gesproken over Gelovigen, heidenen en ongelovigen!

 

----------...----------

 

Waarom denk ik dat laatste?

 

Het tien-stammenrijk is opgegaan in de wereldbevolking, terwijl zij wél nakomelingen zijn van het volk Israël. Zoals hierboven geschreven houdt dit tien-stammenrijk zich niet meer aan de sabbatsviering, en besnijden zij zich ook niet meer. Velen van hen kénnen God Almachtig helemaal niet meer. Zij zijn als de ongelovigen.

 

Maar omdat er in Rom. 11:8 en Jes. 29:10 staat geschreven dat God Almachtig Zijn volk Israël Zelf in een diepe slaap houdt, kúnnen de mensen die op dit moment niet geroepen zijn door God om het Evangelie van Jezus Christus aan te nemen, ook helemaal niet geloven. Als zij dat al zouden willen, want nogmaals: de interesse is er helemaal niet. (I Kor. 1:18, Ex. 10:20)

 

Dus als Paulus in bijvoorbeeld de brief aan de Romeinen schrijft over de ‘heidenen’ dan kàn hij het niet hebben over de ongelovige wereldbevolking. Want deze ongelovige wereldbevolking is op dit moment nu nog niet geroepen door God Almachtig. Dat volgt pas later…..

 

Het verloren gewaande tien-stammenrijk dat over de hele wereld uitgewaaierd is, slaapt echter. Terwijl zij op dit moment als eerste geroepen zijn om het Evangelie van Jezus Christus aan te nemen. Omdat Paulus schrijft in Rom. 10:17 dat het geloof uit het horen komt, is het dus noodzakelijk om te blijven Evangeliseren. Zodat deze ‘heidenen’ --- dus het ongelovige nageslacht van het tien-stammenrijk --- het Evangelie van Jezus Christus kunnen horen en kunnen aannemen, als zij dat willen.

 

Van het twee-stammenrijk, de Joden, weet ik dat zij het Evangelie van Jezus Christus grotendeels hebben afgewezen.

 

God roept Zijn volk Israël. En nogmaals, dat zijn het twee-stammenrijk én het tienstammenrijk. Zij zijn diegenen die God al vóór de schepping gekend heeft (Ef. 1:4). Zij horen het Evangelie van Jezus Christus net als de hele wereldbevolking, maar zij zullen ontwaken uit hun slaap omdat zij de stem van God herkennen. En zij zullen gehoor geven aan het Evangelie van Jezus Christus. En zij zullen zich bekeren tot God Almachtig in Jezus Christus. En zij zullen toetreden tot het ‘nieuwe geestelijke’ Israël.

 

De mensen, wereldwijd, die geloven in het Evangelie van Jezus Christus, en God Almachtig in Jezus Christus erkennen als hun Redder en Verlosser, zijn dus niet slapend. En omdat zij niet slapend zijn, behoren zij dus tot de eerste geroepenen (de Eerstelingen) die God Almachtig vandaag de dag roept om te geloven. Zij zijn de wedergeboren Christenen.

 

----------...----------

 

Wie moet het volk Israël dan de weg wijzen naar het Koninkrijk van God Almachtig in deze wereld?:

 

Ik geloof dat het verstrooide tien-stammenrijk nog niet compleet is. Dat er nog velen zijn die het Woord van God Almachtig in Jezus Christus (nog) niet hebben aangenomen, terwijl zij wel door God geroepen zijn. Zij moeten de weg gewezen worden. Zij moeten het Evangelie horen zodat zij Jezus Christus kunnen aannemen. Want ook zij zijn geroepenen! Zij zijn de mensen die het geloof als een cadeau, als een gift hebben gekregen van God. Zoals geschreven moet daarom het Evangelie in de hele wereld gebracht worden zodat de verstrooide en nog niet bekeerde Israëlieten het kunnen horen en het kunnen aannemen (Rom.10:17).

 

Wat is dan het doel van Israël?:

 

Diegenen die het geloof in God Almachtig door Jezus Christus hebben aangenomen behoren tot een Koninklijk priesterschap (I Petr. 2:9). Zij hebben Koninklijk bloed want Jezus Christus is de Koning der koningen (Openb. 5:10, Openb. 1:6). Zijn volgelingen zijn priesters (de wedergeboren Christenen dus (Jes. 61:6))

 

De priesters van Jezus Christus worden hier op aarde voorbereid op hun grote taak. Als het getal vol is van de mensen die Jezus Christus hebben aangenomen, zullen zij met Jezus Christus voor duizend jaar heersen, om de totale wereldbevolking door al de eeuwen heen te beoordelen

 

  • Let wel! ik zeg dus niet ‘veroordelen’.
  • Let wel: met het woordje ‘heersen’ wordt bedoeld het Hebreeuwse woord ‘Radah’, dat staat voor ‘dienend leidinggeven’, zoals Jezus Christus ook op aarde gekomen is om te dienen, en niet om gediend te worden. (Matt. 20:28)

 

Totdat alle knie zich gebogen zal hebben voor Jezus Christus. Totdat elke tong beleden zal hebben dat Jezus Christus Heer der Heerscharen is (Fil. 2:10-11). Zowel van de mensen die in de hemel zijn als de mensen die op de aarde zijn. Maar ook van die mensen die onder de aarde zijn.

 

----------...----------

 

Dus Gods volgorde is:

 

  • Dat God Almachtig Zelf eerst naar deze wereld kwam in de Persoon van Jezus Christus;
  • Dat daarna het twee-stammenrijk (de Joden) van het volk Israël geroepen is om het geloof in Jezus Christus aan te nemen;
  • Dat deze Joden het Evangelie zouden verkondigen zodat ook het verloren gewaande tien-stammenrijk van het volk Israël het zouden horen, hun broeders en zusters;
  • Dan worden het twee-stammenrijk en het tien-stammenrijk weer herenigd in één volk Israël;
  • Dat volk Israël (Gods Eigen volk) zal met Jezus Christus heersen voor een periode van duizend jaar vanuit het nieuwe Jeruzalem dat zal neerdalen vanuit de hemel;
  • En in die duizend jaar zal de hele wereldbevolking geoordeeld worden naar de werken die zij gedaan hebben, met als uiteindelijke resultaat dat de hele wereldbevolking Jezus Christus zal aannemen. Dat de hele wereldbevolking zal erkennen dat Jezus Christus de Heer der Heerscharen is, de Koning der Koningen. Dat Jezus Christus GOD is!;

 

Als laatste wat dan nog zal geschieden is dat Jezus Christus het Koningschap zal teruggeven aan God de Vader. (I Kor. 15:24) En er zal een leven zijn  waarbij het Paradijs uit Genesis 1 en 2 nog zal verbleken. Halleluja! Dat is ons toekomstbeeld.

 

Symbolisch wordt het bovenstaande zichtbaar gemaakt in alles wat het volk Israël in Egypte, in de woestijn en de oversteek door de Jordaan naar het Beloofde Land heeft doorstaan. De belofte is duidelijk in Ex. 3:8. Het is zoals Jes. 46:9b-10 zegt. Aan het begin maakt God Almachtig al duidelijk wat het einddoel zal zijn. Of zoals de tekst op het tegeltje zegt dat in veel huizen te vinden is: ‘God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst!

 

Conclusie: Het volk Israël zijn de Joden zoals ik die ken (het twee-stammenrijk) én de wedergeboren Christenen samen (tien-stammenrijk). Eén volk, Eén lichaam van Jezus Christus

 

En voor de rest?

 

Ik ben blij dat ik niet alles hoef te weten. Ik ben blij in God Almachtig een God te hebben die wél alles weet, en Die alles in Zijn hand heeft. En dààr mag ik al mijn vragen, al mijn dingen laten (Jes. 55:8-9). En als dat niet genoeg is grijp ik terug naar die vier troostgevende woorden: Jezus stierf voor mij!