Artikel 2: De eerste mensen
In Genesis 4:17 staat: En Kain had gemeenschap met zijn vrouw; en zij werd zwanger en baarde Henoch, Kain was een stad aan het bouwen, en hij noemde noemde de naam van die stad naar de naam van zijn zoon Henoch.
Vraagstelling:
Tot en met Genesis 3 wordt alleen over Adam en Eva gesproken als mensen. Uit hen komt o.a. Kain voort. Maar waar komt zijn vrouw dan vandaan? En Kain ging een stad bouwen; geen gehucht of dorp, maar een stad. Voor wie dan? En waar kwamen al die mensen vandaan?
Overdenking:
God wordt in de theologie beschouwd als een tijdloze Schepper die buiten de beperkingen van ruimte en tijd staat.
Mogelijke oplossing:
Zou het zo kunnen zijn dat de tijd van Genesis1 en 2 (de tijd van het Paradijs) een niet bekende lange tijd is geweest. Immers de mens is naar het beeld van God geschapen (Genesis 1:26). Dus die mens was ook vrij van ruimte en tijd.
In het Paradijs was alles 'zeer goed' (Gen. 1:31). Er was geen oorlog, geen geweld, geen ziekte, geen pijn, geen armoede, geen honger en noem maar op.
Dat betekent dat er ook geen incest was. Dus de (niet genoemde) kinderen van Adam en Eva hebben misschien wel honderden of duizenden jaren (of nog langer) in het Paradijs geleefd, en daar in grote getalen nageslacht voortgebracht. Voordat de eerste mens zondigde en het Paradijs moest verlaten. En zou dit dan ook niet een antwoord zijn op de vraagstelling van Voorbeeld 1 hierboven?