Artikel 10 : De overeenkomst tussen Adam en Eva en tussen Jezus en de Gemeente
Dit artikel is een vrije vertaling van Hoodstuk 1 uit het Bijbelboek Genesis volgens C.H. Makintosh
Genesis 1:26-27 En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen, En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!
Hoewel pas in Genesis 2 de schepping van de vrouw wordt beschreven, wordt hier in Genesis 1 al in de ‘hen’ vorm geschreven. God zegende ‘hen’ en gaf ‘hen’ heerschappij over de schepping.
Eva werd gezegend in Adam. Zij verkreeg haar heerschappij van hem, en dat al voordat zijzelf überhaupt in een lichaam van vlees en bloed was geschapen. Zij was in het eeuwige plan van God (of de verborgen wil van God, of de raad Gods) een deel van de man.
Zó is het ook met de gemeente, de bruid van de ‘tweede mens’. [de eerste mens is Adam. De tweede mens is Jezus Christus,
1 Korinthe 15:45 Zo staat er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levend wezen, de laatste Adam tot een levendmakende Geest en in & 1 Korinthe 15:47 De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk; de tweede Mens is de Heere uit de hemel.]
De gemeente werd gezien in Christus, haar Hoofd en Heer. En dat niet pas toen de mens zondigde of toen Jezus Christus op de aarde verscheen, maar dit was al vóór alle tijden door God besloten in de persoonlijke verbondenheid met Hem
[Efeze 1:22 En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente].
Met andere woorden: Voordat één van de leden van de gemeente geboren was in vlees en bloed, waren ze allemaal al naar het eeuwig raadsbesluit van God ‘bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn.
[ Romeinen 8:29 Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders].
Volgens dat raadsbesluit van God is de gemeente onmisbaar om de tweede mens [= Jezus Christus] te volmaken. Daarom wordt de gemeente ‘de volheid van Hem, die alles in allen vervult’ genoemd
[Efeze 1:23 die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult.].
Wat is het prachtig hoe hiermee de visie en de pracht van de gemeente zichtbaar worden.
Er wordt door Christenen meestal gedacht dat de verlossing (door Jezus Christus) geen ander doel heeft dan de zaligheid en het behoud van op zichzelf staande personen. Maar op die wijze verzwakt men echter zonder twijfel de betekenis van het eeuwig gezegende werk.
God zij gedankt dat alles wat voor het behoud van de zondaar nodig is volbracht is. Maar dit is het meest ondergeschikte deel van de verlossing. De waarheid is dat de grootheid van Jezus Christus onlosmakelijk bij het leven van de gemeente hoort, en dat is véél belangrijker. Dat betekent dus dat ik mag weten dat ik echt bij Jezus Christus hoor en dat ik belangrijk voor Hem ben. Ik hoef niet langer te twijfelen of ik bij Jezus Christus alles vind wat ik nodig heb.
Is het belangrijk dat de gemeente onmisbaar is voor Jezus Christus?
Absoluut ja.
[Genesis 2:18 Ook zei de HEERE God: Het is niet goed dat de mens alleen is; Ik zal een hulp voor hem maken als iemand tegenover hem. En & 1 Korinthe 11:8-12 De man immers is niet uit de vrouw, maar de vrouw uit de man. Want ook is een man niet geschapen omwille van de vrouw, maar een vrouw omwille van de man. Daarom moet de vrouw een teken van gezag op het hoofd hebben, omwille van de engelen. Evenwel is de man niet zonder de vrouw, en de vrouw niet zonder de man, in de Heere. Want zoals de vrouw uit de man voortkomt, zo is ook de man er door de vrouw, maar alle dingen zijn uit God.]
Dus is het niet alleen de vraag of God een arme, hulpbehoevende zondaar kan behouden door zijn zonden uit te wissen en hem rechtvaardig vóór Zich te stellen. God heeft gezegd ‘Het is niet goed dat de mens alleen zij’. Hij heeft de ‘eerste mens’ niet alleen gelaten zonder ‘een hulp die bij hem past’. En zo laat Hij ‘de tweede mens’ ook niet zonder hulp.
Als Eva niet was geschapen, zou Adam de schepping niet volkomen en volmaakt hebben gevonden. En zou er zonder de bruid, dat is de gemeente, iets ontbreken in de nieuwe schepping.
Niets uit de hele schepping kon ‘een hulp’ voor Adam wezen. ‘Een diepe slaap’ was nodig om een hulp te maken, uit hem genomen, die zijn opperheerschappij en zijn zegeningen zou delen.
[Genesis 2:21-23 Toen liet de HEERE God een diepe slaap op Adam vallen, zodat hij in slaap viel; en Hij nam een van zijn ribben en sloot de plaats ervan toe met vlees. En de HEERE God bouwde de rib die Hij uit Adam genomen had, tot een vrouw en Hij bracht haar bij Adam. Toen zei Adam: Deze is ditmaal been van mijn beenderen, en vlees van mijn vlees! Deze zal mannin genoemd worden, want uit de man is zij genomen.]
Als we Adam en Eva zien als een profetie naar Jezus Christus en de gemeente, dan moest de dood van Jezus Christus voorafgaan aan de schepping van de gemeente, hoewel de gemeente al vóór de schepping van de aarde was geroepen om als ‘hulp’ van Jezus Christus te zijn. Net zoals Eva al vóór de schepping was geroepen om als ‘hulp’ van Adam te zijn om met hem te heersen [= dienend leidinggeven] over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!
Maar: Er is een groot verschil tussen Gods raadsbesluit en de openbaring en vervulling daarvan. Voordat Gods plan - voor de mensen die de gemeente zouden vormen - kon worden uitgevoerd, moest de Zoon worden afgewezen en gekruisigd. Jezus Christus moest naar de hemel gaan om daar te zitten aan de rechterhand van God en de Heilige Geest moest uitgestort worden op de aarde om de gelovigen tot één lichaam te dopen.
God zegt in:
Leviticus 11:45 Want Ik ben de HEERE, Die u uit het land Egypte heeft laten vertrekken, opdat Ik u tot een God ben. U moet heilig zijn, want Ik ben heilig.
Maar door de zonde van de mens is deze niet meer heilig! Deze heiligheid van de mens moest eerst (weer) hersteld worden. En dat kon alleen doordat ‘een Heilige’ [=Jezus Christus = God Zelf] datgene zou betalen naar de eis van de wet die God ingesteld had, en dat was de doodstraf.
Romeinen 6:23 Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere.
Daarom is Jezus Christus gestorven voor onze zonden. Maar Halleluja…. Jezus is opgestaan uit de dood, want alleen Hij kon het leven neerleggen en weer opnemen
Johannes 10:17-18 Daarom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik Mijn leven geef om het opnieuw te nemen. Niemand neemt het Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf; Ik heb macht het te geven, en heb macht het opnieuw te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen
en daarmee bewees Jezus Christus God Zelf te zijn.
En waarom moest dan de Heilige Geest uitgestort worden op de aarde?
Tot aan de dood en opstanding van Jezus Christus werden Adam en duizend(en) anderen behouden, uit de kracht van het offer van Jezus Christus, hoewel dat offer nog niet volbracht was. Maar de redding en het behoud van die afzonderlijke zielen is niet hetzelfde als de vorming van de gemeente door de Heilige Geest. Dit onderscheid (tussen het behoud van individuele zielen en de vorming van de gemeente) wordt teveel uit het oog verloren.
De absoluut enige plaats die de gemeente inneemt – en haar bijzondere betrekking tot de tweede mens [=Jezus Christus], de Heer uit de hemel en de daarmee verbonden voorrechten en zegeningen – zouden de mooiste en voortreffelijkste vruchten voortbrengen als zij door de kracht van de Heilige Geest ten volle werden begrepen.
[ Efeze 5:23-32 want de man is hoofd van de vrouw, zoals ook Christus Hoofd van de gemeente is; en Hij is de Behouder van het lichaam. Daarom, zoals de gemeente aan Christus onderdanig is, zo behoren ook de vrouwen in alles hun eigen mannen onderdanig te zijn. Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven, opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn. Zo moeten de mannen hun eigen vrouwen liefhebben als hun eigen lichamen. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het, zoals ook de Heere de gemeente. Want wij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente. Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de gemeente.]
En daarom is de Heilige Geest op aarde uitgestort opdat ieder mens daar kennis van kan nemen, zich kan bekeren tot God Almachtig in Jezus Christus, behouden zal zijn en deelgenoot van het lichaam van Jezus Christus.
Wat een liefde was Eva aan Adam verschuldigd! Hoe nauw was zij met hem verbonden! Hoe intiem was hun omgang! Wat een overeenstemming in ideeën, Adam en Evan dachten over alles hetzelfde! Eva deelde ten volle in Adams’ eer en heerlijkheid. Adam héérste niet over Eva, maar heerste mét haar. Adam was de heer van de hele schepping en zij was één met hem.
Hoe zichtbaar wordt ons hierin de gemeente voorgesteld!
In Psalm 8 wordt een prachtige beschrijving gegeven van de mens die als heerser over al de werken van God gesteld is.
[ Psalm 8:4-8 Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt, wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt, en de mensenzoon, dat U naar hem omziet? Toch hebt U hem weinig minder gemaakt dan de engelen en hem met eer en glorie gekroond. U doet hem heersen over de werken van Uw handen, U hebt alles onder zijn voeten gelegd: schapen en runderen, die allemaal, en ook de dieren van het veld, de vogels in de lucht en de vissen in de zee, al wat over de paden van de zeeën gaat.]
Hier is sprake van de man, de vrouw wordt niet apart genoemd en dat is in volledige overeenstemming met de roeping van de vrouw, want de vrouw wordt in de man aangezien.
In het Oude Testament staat nergens iets geschreven over de verborgenheid van de gemeente. Paulus schrijft in
Efeze 3:5 dat in andere tijden niet bekendgemaakt is aan de mensenkinderen, zoals het nu geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten door de Geest,
Daarom wordt in Psalm 8 alleen over ‘de man’ gesproken; omdat de man en de vrouw als één geheel worden beschouwd.
Het tegenbeeld van het voorgaande is Jezus Christus die zit op Zijn troon met Zijn bruid, de gemeente, en Hij zal heersen [=dienend leidinggeven] over een vernieuwede schepping. Deze gemeente is met Jezus Christus opgewekt uit het graf, zij is ‘Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente’. Jezus Christus is het Hoofd en zij is het lichaam en samen vormen zij de ‘volwassen Man’ zoals er staat geschreven in:
Efeze 4:13 totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus,
De gemeente als een deel van Jezus Christus zal in de hemel een totaal unieke plaats hebben. Niemand was zo nauw verbonden met Adam als Eva, omdat geen ander schepsel een deel van hemzelf was. Zo zal ook de gemeente zeer nauw met Jezus Christus verenigd zijn in Zijn toekomstige heerlijkheid.
Wij mogen verbaasd staan over wat de gemeente in de toekomst zal zijn, maar ook wat zij vandaag de dag al is. Zij is op aarde het lichaam, waarvan Jezus Christus het Hoofd is; zij is de tempel waarin God woont. Als de gemeente vandaag de dag al zó een eer bekleedt, en haar in de toekomst een nóg grotere eer toekomt, dan zij wij wedergeboren Christenen aan haar een Godsvruchtige wandel verschuldigd.
Efeze 1:17-23 opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem, namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen, en wat de alles overtreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten, ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende. En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult.